Over mijn schrijfwerk

Samen met Yolande Bertsch heb ik een boek geschreven over haar improvisatiemethode. 'Verder Mag Alles'. Door zo nadrukkelijk na te denken over hoe je iets vluchtigs als een toneel-improvisatie moet benaderen in taal, ben ikzelf wat nadenkender gaan formuleren. En hoewel ik m'n hele leven al heb geschreven, is het pas de laatste jaren een serieuze bezigheid geworden.

Ik schreef het libretto voor een muziektheaterstuk voor kinderen, met muziek van Anke Brouwer. Een co-productie van De Veenfabriek en het Concertgebouw. In de jaren daarna nog een muziektheaterstuk voor het ensemble 'Bleeke Rozen' over Clara Schumann en Fanny Mendelssohn. Het seizoen daarna 'n stuk over de wonderlijke vriendschap tussen Bunuel, Lorca en Dali. Met gebruik van het instrumentarium van het Speelklokkenmuseum in Utrecht schreef ik 'Campana' over De Vrede van Utrecht.

In 2015 was ik jurylid voor de toneelschrijfprijs van de Nederlandse Taalunie, (opnieuw in 2016) en ben ik een schrijfopleiding gaan volgen op de Schrijversvakschool. En nu dus ook een onregelmatig verschijnend weblog. In 2017 gaat er naar het zich laat aanzien een lunchvoorstelling van me in Bellevue in Amsterdam in première.

        Huzarenstuk

Daarnaast vertaal ik soms een gedicht uit het engels.

Yolande Bertsch

'Verder Mag Alles'

Dit door het ITFB uitgegeven boek doet verslag van de wijze waarop Yolande Bertsch haar improvisatiemethode heeft ontwikkeld, vanaf haar studietijd bij Grotowski, tot en met haar jaren bij het Werkteater, naast haar loopbaan als improvisatie-docente, actrice en regisseuse.

Schrijven

Cazalla

Ik schreef en regiseerde 'n stuk over de vriendschap tussen Lorca, Dali en Bunuel.

Met muziek van L. Andriessen, E. Shausson, M. Cohen, C. Debussy, M. Gomez, Gustaviano, M. Kadar, J. Lambrechts, F.G. Lorca, X. Montsalvatge, F. Obradors,en J. Rodrigo We maakten voor het eerst ook gebruik van film in onze voorstelling...

Dali Lorca Bunuel

Un Chien Andalu

Gespeeld door Valerie Friessen, Marina Bessleling en Femke de Graaf.

Toneel Toneel

Campana

Een drieluik over de schaduw die oorlog werpt over de generaties die niet voor de oorlog kozen. Een vreemd, verstild stuk tegen de achtergrond van geweld van gigantische draaiorgels en oorlog. Jan-Pieter Koch componeerde de muziek.

Ik heb ondermeer gebruik gemaakt van brieven van Japanse soldaten en achterblijvers uit de tweede wereldoorlog, de politionele acties en uit het voormalige Yougo-Slavie.

9 juli

'Mijn moeders aandringen wordt steeds heftiger, ze smeekt me om van studierichting te veranderen zodat ik de dienstplicht ontloop. Ze spreekt over haar enige zoon en de moeder, zijzelf, die bidt en hoopt op zijn veilige opgroeien. De gedachte dat hij zal sterven op het slagveld terwijl zij machteloos toekijkt kan ze niet verdragen. Haar verzoeken zijn zo ernstig en verdrietig, met tranen haast, dat haar zorgen en angsten welhaast gekmakend moeten zijn. In haar pogingen me uit alle macht over te halen was ze dan weer bevelend, dan weer vleiend, en ze toverde argumenten uit alle hoeken en gaten. Ze begon met de suggestie om van studierichting te wisselen om me te laten afstuderen van een universiteit die een gegarandeerde toekomst zou bieden, maar nu ruikt haar moeders instinkt, om het zo maar eens te zeggen, het bloed van haar eigen kind. Het lijkt er op of ze met beangstigende precisie mijn dood voorspelt. Uiteraard is er geen hoop op overleving als ik piloot word, en nouwelijks meer als ik officier word. Moeder, ik begrijp echt hoe je voelt, lieve moeder, maar de tijd waar we in leven en de scholing die ik heb genoten weerhouden mij om aan je wensen tegemoet te komen. Alsjeblieft, alsjeblieft, vergeef me de grote ongepastheid om vóór jou te sterven.'

        Muziek

Toneel

Bleke rozen

Over de vriendschap tussen twee componerende vrouwen.

29 juli 1856

Robert Schumann is opgenomen in een kliniek voor geesteszieken, hij ligt op sterven. In een hallucinerende koortsdroom verschijnen twee vrouwen aan zijn sterfbed: Clara Schumann, zijn vrouw, en Fanny Mendelssohn, zus van Alfred Mendelssohn. Twee vrouwen die ook componeerden maar dat alleen mochten binnen de strenge beperkingen die er toen, in de tijd van de romantiek, aan het vrouw-zijn gesteld werden. In Bleke Rozen staat een gefingeerde omtmoeting tussen deze twee contrasterende vrouwen centraal. Terwijl ze stil en met groeiende verbijstering gadegeslagen worden door Marie, de jonge dochter van Clara, botsen ze heftig door hun verschillende opvattingen over het moederschap, de plaats van de vrouw naast de man, de liefde, de vriendschap en niet te vergeten de politiek. (Fanny was joods.) Maar door hun uitzonderlijke liefde voor de muziek slagen ze er toch in om dichter tot elkaar te komen, en ontstaat er in het gesprek een grote intimiteit: ze krijgen niet alleen meer begrip voor wie zij zijn, maar ook voor hun werk, hun composities. Bleke rozen is een muziektheater voorstelling waarbij het klassieke lied uit de romantiek in een nieuwe dramatische contekst wordt gebruikt. Geen traditionele liederenrecital, maar een theatrale koortsdroom waarin het onderscheid tussen feit en fictie langzamerhand verdwijnt. Muziek, zang en tekst zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

                        Larkin      Stukje uit m'n vertaling van 'Aubade' , van Philip Larkin



 I work all day, and get half-drunk at night.
Waking at four to soundless dark, I stare.
In time the curtain-edges will grow light.
Till then I see what's really always there:
Unresting death, a whole day nearer now,
Making all thought impossible but how
And where and when I shall myself die.
Arid interrogation: yet the dread
Of dying, and being dead,
Flashes afresh to hold and horrify.
The mind blanks at the glare. Not in remorse
- The good not done, the love not given, time
Torn off unused - nor wretchedly because
An only life can take so long to climb
Clear of its wrong beginnings, and may never;
But at the total emptiness for ever,
The sure extinction that we travel to
And shall be lost in always. Not to be here,
Not to be anywhere,
And soon; nothing more terrible, nothing more true.
(...)



 Ik werk de godganse dag, om ’s nachts
halfdronken te staren naar het donker

Straks zullen de gordijnen licht gaan lekken
Tot dan zie ik in vlekken wat er altijd al was:
hoe de lamlendige dood, één etmaal opgeschoten
alle denken stopt behalve hoe, wanneer ikzelf zal gaan
Een vruchteloos gekloot, maar de angst
om te sterven, en niet te zijn
neemt genadeloos bezit van me
Mijn denken weigert dienst, niet uit spijt
wegens gebrek aan goede daden, ongegeven liefde
of verspilde tijd, niet vloekend omdat je
misschien ’n heel leven nodig hebt
om boven jezelf uit te stijgen,
maar door die totale leegte, voor eeuwig
dat onherroepelijke waar we naar nijgen
en in verloren raken. Hier niet meer te zijn
je bent nergens meer
en dat binnenkort; niets is erger, niets méér waar.
(...)


Philip Larkin
                        shire      Warsan Shire



 Home

no one leaves home unless
home is the mouth of a shark
you only run for the border
when you see the whole city running as well
your neighbors running faster than you
breath bloody in their throats
the boy you went to school with
who kissed you dizzy behind the old tin factory
is holding a gun bigger than his body
you only leave home
when home won’t let you stay.
no one leaves home unless home chases you
fire under feet
hot blood in your belly
it’s not something you ever thought of doing
until the blade burnt threats into
your neck
and even then you carried the anthem under
your breath
only tearing up your passport in an airport toilets
sobbing as each mouthful of paper
made it clear that you wouldn’t be going back.
you have to understand,
that no one puts their children in a boat
unless the water is safer than the land
no one burns their palms
under trains
beneath carriages
no one spends days and nights in the stomach of a truck
feeding on newspaper unless the miles travelled
means something more than journey.
no one crawls under fences
no one wants to be beaten
pitied
no one chooses refugee camps
or strip searches where your
body is left aching
or prison,
because prison is safer than a city of fire
and one prison guard
in the night
is better than a truckload
of men who look like your father
no one could take it
no one could stomach it
no one skin would be tough enough
the
go home blacks
refugees
dirty immigrants
asylum seekers
sucking our country dry
niggers with their hands out
they smell strange
savage
messed up their country and now they want
to mess ours up
how do the words
the dirty looks
roll off your backs
maybe because the blow is softer
than a limb torn off
or the words are more tender
than fourteen men between
your legs
or the insults are easier
to swallow
than rubble
than bone
than your child body
in pieces.
i want to go home,
but home is the mouth of a shark
home is the barrel of the gun
and no one would leave home
unless home chased you to the shore
unless home told you
to quicken your legs
leave your clothes behind
crawl through the desert
wade through the oceans
drown
save
be hunger
beg
forget pride
your survival is more important
no one leaves home until home is a sweaty voice in your ear
saying-
leave,
run away from me now
i dont know what i’ve become
but i know that anywhere
is safer than here


Warsan Shire



 Thuis

Niemand verlaat thuis behalve
als thuis een haaienbek is
je rent alleen naar de grens
als de hele stad ook ziet rennen
je buren rennen sneller dan jij
hun bloederige adem in hun kelen
de jongen waar je mee naar school ging
die je duizelig kuste achter de blikfabriek
houdt een geweer vast groter dan hemzelf
je gaat alleen van huis weg
als je huis je niet laat blijven
niemand verlaat zijn huis behalve als je huis je verjaagt
vuur onder voeten
heet bloed in je buik
nooit gedacht dat het zo ver zou komen
tot het lemmet dreiging in je nek
brand
en zelfs dan draag je het volkslied
binnensmonds
verscheur je je paspoort in toiletten van luchthavens
snikkend want elke mondvol papier
maakt duidelijk dat je niet terug zou gaan
U moet begrijpen
dat niemand zijn kinderen in een boot stopt
als het daar niet veiliger dan op het land zou zijn
niemand verbrand zijn handpalmen
onder treinen
onder wagons
niemand brengt dagen door in de buik van een truck
gevoed door nieuwsrichten behalve als de afgelegde mijlen
meer zijn dan een reis
niemand kruipt onder hekken door
niemand wil geslagen
beklaagd
niemand kiest vluchtelingenkampen
of foullieringen waar je
lichaam pijnlijk achterblijft
of de gevangenis
omdat de gevangenis veiliger is
dan een stad van vuur
en een cipier
in de nacht
is beter dan een wagen vol
mannen die op je vader lijken
niemand kon het aan
niemand kon het verteren
niemands huid zou sterk genoeg zijn
de
ga naar huis zwarten
vluchtelingen
vuile immigranten
asielzoekers
die ons land leegzuigen
nikkers die hun hand ophouden
ze ruiken vreemd
wild
hun eigen land verknoeit en nu willen ze
het onze verpesten
hoe de woorden
de smerige blikken
van je rug afglijden omdat misschien de slag zachter is
dan een afgescheurde arm
of de wonden zijn tederder
dan veertien mannen tussen
je benen
of de beledigingen zijn makkelijker
te slikken
dan afval
dan botten
dan je kind-lichaam
in stukken
Ik wil naar huis
maar thuis is een haaienbek
thuis is de loop van een geweer
en niemand zou het verlaten
als je niet naar de kust gejaagd werd
als thuis je zei
je pas te haasten
je kleren achter te laten
door de woestijn te kruipen
door de oceaan te waden
te verdrinken
te redden
honger te zijn
te bedelen
je trots te vergeten
je overleving is belangrijker
niemand verlaat z’n thuis tot een zweterige stem in je oor
zegt-
vertrek
ren van me weg
ik weet niet meer wat ik ben
maar overal
is het veiliger dan hier.

Warsan Shire